Open brief aan IenW m.b.t. zones voor drones

Open brief aan IenW m.b.t. zones voor drones

Open brief aan IenW m.b.t. zones voor drones

Om het vliegen met drones veilig te houden gelden vanaf 1 juli 2020 nieuwe Europese regels voor drones. Een aantal onderdelen van de nieuwe regelgeving kunnen landen zelf invullen, zoals het bepalen van vliegzones voor drones. Het Ministerie van IenW is een participatieproces gestart, dat er op gericht is om kennis, ideeën en behoeften op te halen. Deze input neemt Minister Cora van Nieuwenhuizen van IenW mee in de overweging bij de zones. Minister Cora van Nieuwenhuizen van IenW en staatssecretaris Barbara Visser van Defensie bepalen uiteindelijk samen waar de vliegzones voor drones komen.

Hieronder de reactie die wij als Space53 hebben gegeven op de oproep van het Ministerie van IenW om te reageren op de opbrengst van het participatieproces zones voor drones.

Wij werken als test- en innovatiecentrum samen met de andere testgebieden voor drones in Nederland in het Dutch Drone Platform. Hiermee zijn we al langere tijd in diverse samenstellingen en gremia in nauw overleg met het Ministerie om te komen tot heldere afspraken voor het realiseren van experimentele zones en het versnellen van drone innovaties om Nederlandse technologieontwikkelaars en professionele toepassers een faire kans te bieden op een concurrerende positie in de wereldwijde roboticamarkt.

Het proces om tot het op deze website gepresenteerde opbrengstendocument te komen en het document zelf komen ons nogal hapsnap over. Hoe dit proces samenvalt c.q. overlapt met de bestaande overleggen tussen dronesector en autoriteiten is ons niet duidelijk. We zijn hier in ieder geval niet bij betrokken geweest, noch is onze visie gevraagd.

Om te voorkomen dat de belangrijkste belangen en ideeën onderbelicht worden en wegvallen in dit proces, hierbij kort samengevat onze inbreng.

 

Professionele drones hebben een grote maatschappelijke en economische meerwaarde 

Drones zijn vliegende robots. Robots zijn door hun belangrijke rol in productieprocessen nu al niet meer weg te denken uit onze maatschappij. De komende jaren zullen zij steeds meer naar buiten gaan en in de openbare ruimte hun nuttige taken vervullen. Onder andere in de vorm van drones.

Met drones kunnen kunstmatige zintuigen direct naar de plaats van bestemming worden gebracht. Ze zijn de “ogen, oren en neus in de lucht” en daarmee een aanvulling op de waarneming vanaf de grond. Het zijn ook in toenemende mate “handen in de lucht” die op lastig bereikbare plekken werkzaamheden kunnen uitvoeren. Tenslotte kan je er ook goederen en personen mee vervoeren. Over korte én lange afstanden, van drone-taxi’s tot onbemande vrachtvliegtuigen.

Met deze eigenschappen voeren drones professionele taken uit. Taken die de effectiviteit en efficiency vergroten op gebieden als publieke veiligheid (toezicht, bewaking, reactie op incidenten), inspectie en onderhoud van kunstwerken, woningen en industriële objecten, in de precisielandbouw en voor onbemand vracht- en passagiersvervoer. Veel van deze functies worden nu ook al uitgevoerd, maar drones kunnen het vaak sneller, betrouwbaarder, duurzamer, goedkoper én veiliger omdat er door hun inzet geen mensen meer in risicovolle posities hoeven te worden gebracht.

Naast de meerwaarde die drones hebben voor de maatschappij door de nuttige taken die ze verrichten, biedt deze vorm van complexe robotica een goede kans voor de Nederlandse kennissector om internationaal een marktpositie op te bouwen met technologie, software en diensten. Een marktpositie die is gebaseerd op een krachtige thuismarkt die de voedingsbodem vormt voor nuttige innovaties en marktsucces dat internationaal kan worden uitgebouwd. Een succesvol innovatiecluster op dit gebied kan volgens door ons uitgevoerd onderzoek uitgroeien tot honderden tot duizenden banen. Hierbij zijn de vele duizenden banen bij toepassende organisaties nog niet meegerekend. Meerdere internationale onderzoeken schatten dat de markt voor drones uitgroeit tot 30 – 120 miljard Euro. De economische meerwaarde van een gezonde Nederlandse dronesector is dus groot.

 

Bouw waarborgen tegen hinder en ongewenst gebruik in de drone zelf

Technologie heeft ook altijd een keerzijde. Hij kan worden misbruikt voor andere doeleinden dan oorspronkelijk bedacht of bedoeld. Dat geldt voor “oude technologie” zoals auto’s en “nieuwe technologie” zoals Internet en kunstmatige intelligentie. Het geldt ook voor drones. De ervaring met andere technologieën leert ons dat deze keerzijde het beste kan worden geweerd door in de technologie zelf voldoende waarborgen tegen ongewenst gebruik in te bouwen. Dit is een extra argument om te streven naar een gezonde Nederlandse dronesector die technologie vanaf de kern ontwikkelt met het Nederlandse stelsel van normen en waarden als uitgangspunt en waar we als maatschappij direct invloed op kunnen uitoefenen. Dit in tegenstelling tot een leverancier uit Oost-Azië of de Verenigde Staten.

 

Gebruik de nieuwe Europese verordening om experimentele zones aan te wijzen

Sinds 2015 spreekt de Nederlandse overheid uit dat we streven naar een internationale koploperspositie in drones. Tijdens de opening van de Amsterdam Drone Week van 2018 heeft de Minister van I&W uitgesproken dat er snel meer mogelijkheden voor testlocaties komen om het ontwikkelen en testen van drones te versnellen en te verbeteren. Helaas is het bij streven en uitspraken gebleken. Dankzij nieuwe impulsen van sleutelpersonen bij de inspectie is het nu wel mogelijk om een aantal belangrijke ontheffingen te krijgen om het innovatieproces op gang te brengen, maar de jarenlange repressie heeft Nederland inmiddels op grote achterstand gebracht ten opzichte van diverse andere Europese landen in de ontwikkeling en toepassing van dronetechnologie. We kijken als sector daarom ook smachtend uit naar de invoering van de nieuwe Europese verordening.

De nieuwe Europese verordening maakt het mogelijk om zones te definiëren waarbinnen bijzondere omstandigheden gelden. Zo ook experimentele zones. De testlocaties verenigd in het Dutch Drone Platform hebben allen in meer of mindere mate de beschikking over de benodigde ruimte op de grond en in de lucht, alsmede de operationele organisatie om experimenten met drones veilig en verantwoord uit te voeren. Experimenten die nu nog onder een bijzondere ontheffing moeten plaatsvinden of zelfs helemaal niet mogelijk zijn. Ontheffingen die in de praktijk uiterst lastig te verkrijgen zijn door een groot gebrek aan capaciteit bij de betreffende autoriteiten. Wij roepen de overheid daarom op om zo snel mogelijk de mogelijkheden van de nieuwe Europese verordening te gebruiken om de testlocaties van Space53 in Twente en die van de andere leden van het Dutch Drone Platform om te zetten tot experimentele zones met onbeperkte mogelijkheden zodat deze kunnen worden gebruikt waarvoor ze bedoeld zijn. De infrastructuur is er klaar voor, de benodigde regelingen zijn aanwezig, de luchtruimindeling is ervoor geschikt en de operationele testorganisaties zijn voldoende toegerust om het testen en experimenteren veilig en verantwoord te laten plaatsvinden.

 

Niemand is gebaat bij wildgroei aan zones met beperkingen of verboden

Het zou Nederland op een nog grotere achterstand zetten als de nadruk in het zoneringsproces komt te liggen op het aanwijzen van zones waarin juist minder mag dan de Europese verordening toestaat. Natuurlijk zijn er gebieden aanwijsbaar in ons kleine en drukbevolkte land waar bijzondere eisen moeten worden gesteld aan drone-operaties. Waar we echter voor moeten waken is dat gemakzuchtige bestuurders onder het mom van “veiligheid” oproepen tot het instellen van grote aantallen “no-fly zones”. Gemakzuchtig, omdat de Europese verordening voldoende mogelijkheden biedt om bijzondere eisen te stellen aan gebruikers zonder een gebied volledig af te hoeven sluiten. En “veiligheid” omdat nog nooit is aangetoond dat een verbod veiliger is dan gereguleerde toegang of de alternatieve uitvoering van hun taken door mensen, terwijl de handhaving van zo’n verbod erg lastig is waardoor juist de professionele sector en hun klanten worden getroffen en de amateurs die het doorgaans minder nauw nemen met regels voor veilige en verantwoorde vluchtuitvoering praktisch niet in hun handelen worden beperkt.
De Nederlandse luchtvaartkaart is al erg complex. Het luchtruim wordt nu al verdeeld in enorm veel gebieden met vaak bijzondere of afwijkende regels voor grote en kleine luchtvaart en drones. Dit stelt hoge eisen aan operators die veilig en verantwoord hun beroep willen uitvoeren. Deze moeten we het niet nog lastiger maken door binnen de al aanwezige complexiteit veel zones met beperkende regels aan te wijzen. Terughoudendheid hierbij zal de veiligheid ten goede komen.

 

Deze reactie is ook ingebracht via de online inspraakmogelijkheid m.b.t. dronezonering op de website luchtvaartindetoekomst.nl.


share

Applied innovation developments process